Advies van de bedrijfsarts leidend bij de RIV-toets

Gepubliceerd op: 07-04-2026

In het wetsvoorstel (aangeboden aan de Raad van State op 31 maart 2026) van ministers Aartsen en Vijlbrief is opgenomen dat het advies van de bedrijfsarts over wat iemand nog kan doen, leidend wordt bij de RIV-toets door UWV na 2 jaar ziekte. Hiermee beogen zij de onzekerheid bij werkgevers weg te nemen over de vraag of zij voldoende hebben gedaan om hun zieke werknemer weer aan het werk te helpen.

Ook is in het wetvoorstel vermeld dat mensen het voorschot dat ze krijgen in afwachting van een WIA-beoordeling niet hoeven terug te betalen. Dit is nu al zo maar wordt met dit wetsvoorstel wettelijk geregeld.

De maatregelen moeten onder meer helpen om de achterstanden bij het beoordelen van mensen die in aanmerking komen voor een WIA-uitkering terug te dringen.

RIV-toets

De RIV-toets (re-integratieverslagtoets) beoordeelt of zowel de werkgever als de werknemer voldoende hebben gedaan om de werknemer weer aan het werk te krijgen. Bij onvoldoende inspanning krijgt de werkgever een loonsanctie opgelegd door UWV. Met een loonsanctie is de werkgever verplicht om nog maximaal een jaar langer het loon door te betalen en de re-integratieactiviteiten alsnog uit te voeren. In de nieuwe situatie wordt dus het advies van de bedrijfsarts leidend bij deze toets. Hiermee krijgen werkgevers meer duidelijkheid en weten zij zeker dat zij voldoende aan re-integratieactiviteiten hebben gedaan wanneer zij het advies van de bedrijfsarts hebben gevolgd. Hiermee wordt de werkdruk bij de verzekeringsartsen van UWV sterk verminderd waardoor zij meer tijd overhouden voor het beoordelen van de aanvragen voor een uitkering.

Kwijtschelding voorschotten

Door de extreem lange wachttijden voor de WIA-beoordeling, ontvangen langdurig zieken nu een voorschot van UWV op een eventuele WIA-uitkering. Normaal gesproken wordt het voorschot weer door UWV teruggevorderd als blijkt dat de betrokkene geen recht heeft op een WIA-uitkering.  Omdat dit te veel onzekerheid geeft voor de zieke (ex)werknemer is per 1 januari 2020 een tijdelijke buitenwettelijke maatregel ingevoerd: het voorschot hoeft niet te worden terugbetaald. In de kamerbrief wordt nu voorgesteld om deze maatregel in de wet vast te leggen.

Wie betaalt de WIA-voorschotten?

In het wetsvoorstel wordt ook de wijze van financiering van de WIA-voorschotten geregeld. Eerst worden de voorschotten betaald uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Het arbeidsongeschiktheidsfonds wordt gefinancierd door alle werkgevers (Aof-premie). Pas als er door UWV is vastgesteld dat iemand recht heeft op een WGA-uitkering, worden de kosten op de juiste plek geboekt: in WGA-publiek of doorbelast naar de van toepassing zijnde eigenrisicodrager. Als blijkt dat iemand géén recht heeft op een WGA-uitkering, wordt het voorschot kwijtgescholden en komt dan definitief ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

Uiteraard gaat dit in de praktijk wel eens mis. Laat daarom de Whk-beschikking (voor publiek verzekerde werkgevers) of de declaratie van UWV van de WIA-uitkeringen (voor eigenrisicodragers) die aan uw organisatie worden toegerekend goed controleren op juistheid. Met de Whk controle of het WIA Expertise Center van Equivalence weet u zeker dat u niet te veel betaalt. 

Meer informatie