De 60-plusmaatregel WIA is geen vutregeling. Wie dat denkt, laat mensen in de kou staan.
Er bestaat een tijdelijke maatregel voor werknemers van 60 jaar en ouder die na twee jaar ziekte een WIA-beoordeling aanvragen: de vereenvoudigde 60-plusbeoordeling. Geen verzekeringsarts die het medisch oordeel velt, geen sociaal-medisch onderzoek. Alleen een arbeidsdeskundige die het dossier bekijkt en, in de meeste gevallen, een WGA 80-100-uitkering toekent. Snel, efficiënt, en voor het UWV een welkome verlichting van de stapels achterstallige beoordelingen.
Voor werkgevers heeft die uitkering nog een aantrekkelijk kenmerk: deze wordt gefinancierd uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Niet uit de eigen portemonnee, en niet via de gedifferentieerde Whk-premie. Of een werkgever nu eigenrisicodrager is of publiek verzekerd, deze WGA-last wordt hem niet aangerekend.
En precies daar gaat het mis. Want uit die financiële ontheffing trekken veel werkgevers een conclusie die simpelweg niet klopt: als ik er niet voor betaal, hoef ik me er ook niet meer mee te bemoeien.
De verplichting is er gewoon nog
De wetgever heeft bij het invoeren van deze maatregel de re-integratieverplichting nadrukkelijk gehandhaafd. Mensen die via de 60-plusroute een WGA-uitkering krijgen, behouden recht op re-integratieondersteuning. Bij publiek verzekerde werkgevers ligt die taak bij UWV. Bij eigenrisicodragers ligt die verantwoordelijkheid bij de werkgever zelf.
Dat is geen kleine bijzaak. Dat is de kern van het stelsel. De WGA staat voor Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Niet voor Wacht Geduldig op AOW.
Dit gaat niet om een handjevol mensen
De omvang is niet marginaal. In de eerste periode dat de maatregel gold, van oktober 2022 tot december 2024, maakten zo’n 20.000 60-plussers gebruik van de vereenvoudigde beoordeling. Sinds de herinvoering per 1 september 2025 rekent UWV op circa 10.000 extra beoordelingen per jaar via deze route. En de teller loopt door, want de regeling is verlengd tot in elk geval 1 januari 2028.
Wat er in de praktijk gebeurt
Iemand wordt na twee jaar ziekte niet medisch gekeurd, krijgt een uitkering van 80-100% arbeidsongeschikt zonder dat een verzekeringsarts ooit heeft vastgesteld wat de persoon nog wél kan, en verdwijnt vervolgens in een uitkering die voor de werkgever financieel geen enkele prikkel meer geeft om iets te doen. Het gevolg laat zich raden. Niemand belt. Niemand vraagt of er een terugkeer naar werk mogelijk is. Niemand kijkt naar wat deze persoon nog wél kan, alleen naar wat hij volgens een dossierbeoordeling niet meer zou kunnen.
Mensen blijven zo, soms voor jaren, tot de AOW-leeftijd in een uitkering zitten waarvan iedereen weet dat de medische onderbouwing nooit is gemaakt. Niet omdat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn bevonden, want dat oordeel is er nooit geweest. Maar omdat het voor alle partijen, behalve voor de betrokkene zelf, de gemakkelijkste uitkomst is.
Dat is geen re-integratie. Dat is afdanken met behoud van uitkering. Een verkapte vutregeling, betaald uit collectieve middelen, georganiseerd om de werkdruk bij UWV te verlichten. En het wordt getolereerd, zelfs gefaciliteerd, omdat niemand er een rekening voor krijgt.
Waarom dit zo schrijnend is
Deze groep werknemers heeft vaak decennia gewerkt. Velen van hen kunnen, ondanks gezondheidsbeperkingen, nog wel degelijk iets bijdragen. Maar zonder iemand die actief kijkt naar mogelijkheden, zonder iemand die de telefoon pakt en vraagt wat er nog wel kan of hoe het met je gaat, gebeurt er niets. De wet verplicht de inspanning. De praktijk levert de stilte.
Voor werkgevers die in deze gedachte zijn meegegaan: het ontbreken van een financiële prikkel is geen vrijwaring van een wettelijke plicht. Wie als eigenrisicodrager de re-integratieverplichting voor deze groep laat versloffen, loopt risico. Niet alleen moreel, maar ook juridisch, op het moment dat UWV of de werknemer daar wel naar gaat kijken.
Nu is het natuurlijk wel zo dat de 60-plusser heeft ingestemd met deze 60-plus maatregel op het moment van WIA-instroom. Maar wat als er later tijdens het verloop van de WGA, meer of minder arbeidsvermogen ontstaat? De 60-plusser heeft op zo’n moment minimaal behoefte aan een vraagbaak en begeleiding, echter deze weten zij niet meer te vinden omdat deze niet beschikbaar is.
Tegelijkertijd wordt van de werkende Nederlanders verwacht dat we steeds langer doorwerken; is dit dan niet een kip en het ei-verhaal? Immers, al die 60-plussers die in een WGA-uitkering zitten, veroorzaken tekorten op de arbeidsmarkt maar ook tekorten in de fondsen.
Bij Equivalence kijken we wél om
Wij begeleiden 60-plussers in de WGA juist actief bij terugkeer naar werk. Niet omdat het verplicht is, al is het dat wel, maar omdat het werkt en omdat het hoort én omdat 60-plussers een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan onze arbeidsmarkt. Deze groep heeft expertise, ervaring en vaak meer arbeidsvermogen dan een dossierbeoordeling ooit heeft vastgesteld. Te oud en afgedankt is geen diagnose. Het is een aanname die wij niet accepteren.
Wilt u weten of uw organisatie aan de re-integratieverplichting voor deze groep voldoet, of heeft u behoefte aan begeleiding die verder gaat dan een uitkering afwachten? Wij denken met u mee en pakken de begeleiding op waar die nu vaak blijft liggen.
