Raad voor de Rechtspraak: schaf de dwangsom bij trage WIA-besluiten niet af

Gepubliceerd op: 01-09-2026

Het UWV kampt al langere tijd met grote achterstanden bij de beoordeling van WIA-aanvragen. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wilde daarom via een wetsvoorstel regelen dat het UWV tijdelijk geen bestuurlijke dwangsom hoeft te betalen wanneer een WIA-besluit te laat komt. Deze week bracht de Raad voor de Rechtspraak hierover een uitgesproken kritisch advies uit.

Waar ging het wetsvoorstel over

UWV dient op grond van de Algemene wet bestuursrecht een bestuurlijke dwangsom te betalen wanneer zij niet tijdig beslist op een aanvraag. Deze dwangsom loopt op tot maximaal € 1.442,-.

Volgens het ministerie schiet dit instrument door de omvang van de achterstanden zijn doel voorbij: het UWV betaalt in de praktijk dwangsommen, maar de onderliggende besluiten worden niet sneller genomen. Het wetsvoorstel beoogde daarom een tijdelijke buitenwerkingstelling van deze regeling voor alle WIA-gerelateerde aanvragen (herbeoordelingen, bezwaarprocedures en initiële WIA-aanvragen), met de belofte dat de dwangsom zou terugkeren zodra de achterstanden afnemen.

Het advies van de Raad voor de Rechtspraak

De Raad adviseert de minister het wetsvoorstel niet in te dienen. Het voorstel haalt een laagdrempelig rechtsmiddel weg en daarmee een belangrijke stok achter de deur voor werkgevers en werknemers die op een beslissing wachten. De Raad erkent dat het UWV kampt met capaciteitsproblemen, maar vindt dat dit probleem moet worden opgelost door te investeren in de uitvoering, niet door de rechtsbescherming van wachtenden te verzwakken.

Daarnaast wijst de Raad erop dat het wetsvoorstel niet duidelijk maakt wanneer de dwangsom weer zou worden ingevoerd. De voorgestelde formulering, dat dit gebeurt zodra het UWV weer tijdig WIA-beslissingen kan nemen, noemt de Raad te ruim geformuleerd om als heldere norm te dienen. Ook vraagt de Raad om een nadere toelichting waarom de maatregel alleen voor de WIA zou gelden, terwijl het UWV ook bij eerstejaars-ziektewetbeoordelingen tegen vergelijkbare vertragingen aanloopt.

Tot slot plaatst de Raad dit voorstel in een bredere context: de bestuurlijke dwangsom is al afgeschaft in het vreemdelingenrecht, en bij de Eerste Kamer ligt inmiddels ook een wetsvoorstel dat de rechterlijke dwangsom zou afschaffen. Volgens de Raad dreigt hiermee een stapeling van maatregelen die de positie van burgers tegenover trage bestuursorganen structureel verzwakt.

Wat betekent dit voor werkgevers

Voor werkgevers die te maken hebben met vertraagde WIA-beoordelingen van hun (ex-)werknemers blijft de bestuurlijke dwangsom voorlopig dus gewoon een bruikbaar instrument om het UWV tot voortgang te dwingen. Het advies van de Raad is niet bindend, maar weegt zwaar bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel. Zolang de dwangsomregeling niet daadwerkelijk is aangepast, kunnen werkgevers en werknemers het UWV formeel in gebreke stellen bij overschrijding van de beslistermijn, en bij uitblijven van een besluit alsnog naar de bestuursrechter stappen voor een hogere, rechterlijke dwangsom van maximaal € 15.000,-.

Voor werkgevers is dit uiteraard zeer van belang: vertraging bij het UWV vertaalt zich direct in hogere premies en WGA-lasten. Het is daarom belangrijk om lopende WIA-dossiers actief te bewaken op de wettelijke beslistermijnen en waar nodig tijdig een ingebrekestelling naar UWV te sturen. Wanneer een beslissing dan alsnog uitblijft is het raadzaam om de gang naar de Rechtbank te volgen en een procedure fictieve weigering te starten. De Rechter dwingt UWV dan alsnog binnen een bepaalde termijn te beslissen en wanneer dit niet gebeurt, dient UWV een rechtelijke dwangsom uit te betalen van € 15.000,-

Equivalence adviseert werkgevers over de WIA, het eigenrisicodragerschap, dwangsomprocedures en de gevolgen van UWV-achterstanden voor uw organisatie. Neem contact met ons op voor advies op maat over uw specifieke situatie.

Meer informatie