Rechtbank: UWV krijgt geen extra tijd voor beslissingen bij artsentekort

Gepubliceerd op: 26-05-2026

De rechtbank Den Haag heeft op 13 mei 2026 in vier uitspraken bepaald dat UWV geen langere beslistermijn krijgt, ook niet nu het uitvoeringsinstituut zijn werkwijze heeft aangepast vanwege het aanhoudende tekort aan verzekeringsartsen. De maximale termijn van negen weken na een rechterlijke uitspraak blijft van kracht. Dit is relevant voor werkgevers die een herbeoordeling van een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben aangevraagd en al lang wachten op een beslissing.

Beroep wegens niet tijdig beslissen

Wanneer UWV een wettelijke beslistermijn overschrijdt, kan een belanghebbende een beroep instellen wegens het niet tijdig beslissen. Voorwaarde is dat de betrokkene UWV eerst schriftelijk in gebreke stelt en een extra termijn van maximaal twee weken gunt om alsnog te beslissen. Reageert UWV niet binnen die termijn, dan kan de rechter worden ingeschakeld. De rechter bepaalt vervolgens binnen welke termijn UWV alsnog een besluit moet nemen, en legt doorgaans een dwangsom op als stok achter de deur.

Artsentekort en gewijzigde werkwijze UWV

UWV kampt al langere tijd met een structureel tekort aan verzekeringsartsen, terwijl het aantal aanvragen voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen blijft stijgen. Tot 1 januari 2026 gaf UWV voorrang aan dossiers waarbij een rechtstreeks beroep was ingesteld vanwege niet tijdig beslissen. Dat zorgde er onbedoeld voor dat aanvragers zonder beroep nog langer op een besluit wachtten.

Sinds 1 januari 2026 is deze voorrangsregeling afgeschaft. UWV behandelt dossiers nu zonder onderscheid naar beroepsstatus. Het gevolg is echter dat sommige aanvragers juist langer moeten wachten dan voorheen. Dit raakt met name werkgevers die een verzoek tot herbeoordeling van een WIA-uitkering hebben ingediend, en in mindere mate bezwaren tegen medische beoordelingen.

Oordeel van de rechtbank

Al in eerdere uitspraken van 31 maart 2025 had de rechtbank Den Haag vastgesteld dat zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, een bijzonder geval vormen. De rechtbank stelde toen dat UWV binnen zes weken een medische beoordeling moet laten uitvoeren en binnen maximaal negen weken een besluit moet bekendmaken. Bij het bepalen van deze termijn had de rechtbank het artsentekort al meegewogen.

In de vier uitspraken van 13 mei 2026 handhaaft de rechtbank deze termijn van negen weken. UWV heeft zelf gekozen voor de nieuwe werkwijze en moet de gevolgen daarvan dragen, inclusief het risico op dwangsommen als de gestelde termijn niet wordt gehaald. De rechtbank ziet geen aanleiding de beslistermijn te verlengen.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Werkgevers die een herbeoordelingsverzoek hebben ingediend bij UWV en te lang wachten op een beslissing, hebben juridische middelen om UWV te dwingen tot actie. De procedure van beroep wegens niet tijdig beslissen biedt houvast: de rechter houdt UWV aan de maximale termijn van negen weken en legt bij overschrijding een dwangsom op.

De gewijzigde werkwijze van UWV per 1 januari 2026 verandert niets aan deze rechterlijke norm. Wie als werkgever lang wacht op een beslissing over een WIA-herbeoordeling, doet er verstandig aan te controleren of de wettelijke beslistermijn al verstreken is en zo nodig actie te ondernemen.

Meer weten over uw rechten bij trage besluitvorming door UWV?

Neem contact op met een van onze specialisten. Wij adviseren werkgevers over WIA-herbeoordelingen, bezwaarprocedures en de stappen die u kunt zetten als UWV niet op tijd beslist.

Meer informatie