UWV handelt herbeoordelingsaanvragen werkgevers niet af

Gepubliceerd op: 16-06-2026

De wachttijden bij UWV lopen alleen maar op, de WIA-instroom stijgt en er is nog veel onduidelijkheid over de opkomende wijzigingen in de WIA. In 2026 zijn er bijna 500.000 mensen met een WIA-uitkering. De financiële schade voor werkgevers is enorm en groeit door.

Werkgevers betalen maximaal 10 jaar lang de WGA-uitkering van hun (ex)werknemer. Dit kan via;

  • De gedifferentieerde WGA-premie bij publiek verzekerde werkgevers of

  • Bij eigenrisicodragers directe betaling of declaratie van UWV of

  • Via een steeds duurder wordende verzekeringspremie.

Werkgevers hebben het wettelijke recht om bij UWV een herbeoordeling aan te vragen van WGA-gerechtigden. Het doel is helder: nagaan of de uitkeringsgerechtigde nog in de juiste WIA-categorie is ingedeeld; is de betrokkene inmiddels duurzaam en volledig arbeidsongeschikt dan dient er een IVA-uitkering te worden toegekend. Zijn er juist verbeteringen in de medische situatie dan moet wellicht de arbeidsongeschiktheidsklasse lager worden vastgesteld, dan wel de uitkering volledig worden beëindigd. Deze uitkomsten bieden forse besparingen voor werkgevers. Het feit dat er momenteel nagenoeg (enkel voor schrijnende gevallen) geen herbeoordelingen worden uitgevoerd door UWV kost werkgevers miljoenen euro’s.

Voor eigenrisicodragers die het WGA-risico niet herverzekerd hebben bij een private verzekeraar, betekent een succesvolle herbeoordeling direct minder uitkeringslasten en vrijval van voorzieningen. Voor publiek verzekerde werkgevers vertaalt het zich in een lagere gedifferentieerde premie Whk. Maar de aanvragen herbeoordeling worden in de praktijk nauwelijks behandeld.

De oorzaak is structureel: UWV prioriteert WIA-claimbeoordelingen aan het einde van de wachttijd van 104 weken boven alle andere sociaal-medische dienstverlening. Herbeoordelingsaanvragen van werkgevers belanden daardoor structureel onderaan de stapel, tenzij er sprake is van een schrijnende situatie.

Achterstanden lopen snel op

De omvang van het probleem is gedocumenteerd in Kamerstukken en cijfers van UWV zelf:

  • In augustus 2024 bedroeg de achterstand op herbeoordelingen 20.400 dossiers, met een schommelende voorraad tussen 19.000 en 20.500.

  • In 2021 was de gemiddelde wachttijd voor een herbeoordeling 21 weken. In 2024 was dit al opgelopen naar 30 weken. Eind 2025 stond de teller op gemiddeld 90 weken.

  • Officieel bedroeg de gemiddelde wachttijd in 2025 volgens UWV zelf 1 jaar en 8 maanden. In de praktijk lopen wachttijden al op tot meer dan 3 jaar.

  • Voor 2026 verwacht UWV circa 40.000 meer aanvragen voor sociaal-medische beoordelingen dan het kan behandelen. Zonder aanvullende maatregelen groeit de achterstand ieder jaar verder.

UWV maakt beperking herbeoordelingen officieel beleid

Wat lange tijd de praktijk was, is per 2026 officieel beleid geworden. UWV heeft bekendgemaakt dat herbeoordelingen in 2026 alleen nog worden uitgevoerd in schrijnende gevallen. Tegelijkertijd heeft UWV de beslistermijn per 1 januari 2026 tijdelijk verdubbeld van acht naar zestien weken.

De motivering van UWV is transparant: de prioriteit ligt op het wegwerken van de achterstand bij initiële WIA-claimbeoordelingen. Het doel is dat eind 2026 geen enkele werknemer meer langer dan zes maanden wacht op een eerste WIA-beoordeling. Met als gevolg: bezwaar, herbeoordeling en het monitoren van WGA-gerechtigden komen dit jaar nauwelijks meer aan bod.

Bestuurlijke dwangsom verliest werking

Werkgevers en uitkeringsgerechtigden kunnen via de bestuurlijke dwangsomregeling druk uitoefenen op UWV bij het uitblijven van een beslissing. Op dit moment is er een wetsvoorstel in consultatie waarin is opgenomen dat de bestuurlijke dwangsomregeling per 1 januari 2027 tijdelijk vervalt. De reden is dat UWV door de structurele capaciteitsproblemen stelselmatig de beslistermijnen overschrijdt, waardoor de dwangsom zijn prikkelwerking heeft verloren en meer een structurele begrotingspost is geworden.

Voor werkgevers betekent dit dat de administratieve weg via ingebrekestelling en bestuurlijke dwangsom per 2027 volledig zou worden afgesloten. De rechterlijke weg via beroep wegens niet tijdig beslissen blijft dan de enige effectieve route.

Wat kunt u als werkgever doen?

Werkgevers kunnen een beroepsprocedure starten wegens fictieve weigering of niet tijdig beslissen. De rechtbank kan UWV verplichten een beslissing te nemen binnen een door de rechter gestelde termijn. Doet UWV dit niet, dan volgt een rechterlijke dwangsomvergoeding van maximaal € 15.000.

Wat houdt de beroepsprocedure wegens fictieve weigering in?

Als UWV niet binnen de wettelijke beslistermijn beslist op een herbeoordelingsaanvraag, kan de werkgever dit aanvechten bij de rechtbank. De rechtbank kan UWV een termijn opleggen waarbinnen alsnog een inhoudelijke beslissing moet worden genomen, op straffe van een rechterlijke dwangsom. Equivalence voert deze procedures voor werkgevers uit.

 Wacht niet af. Hoe langer een aanvraag blijft liggen, hoe groter de financiële schade. Neem contact op met Equivalence om te bespreken welke stappen in uw situatie opportuun zijn.

Conclusie

UWV behandelt herbeoordelingsaanvragen van werkgevers in de praktijk nagenoeg niet. Dit is inmiddels expliciet beleid. De wachttijden zijn in vijf jaar tijd verviervoudigd en lopen in 2026 verder op. De bestuurlijke dwangsomroute wordt afgeschaft. De financiële schade voor werkgevers, zowel eigenrisicodragers als publiek verzekerden, is enorm en groeit elke maand dat een dossier blijft liggen.

De enige effectieve route die overblijft is de rechterlijke weg via beroep wegens niet tijdig beslissen. Equivalence begeleidt werkgevers in deze procedures.

Meer weten of direct actie ondernemen? Neem dan snel contact op met ons op.

Meer informatie